donderdag 14 februari 2013

Spinning

"You are now rocking with
Will-I-Am and Britney, Bitch!"

Will-I-Am featuring Britney Spears (Scream and Shout)


Ik staar naar een enorme foto van een berg. Ik zie een grotesk landschap met op de voorgrond een weg. Een weg die naar boven slingert. Aan de kwaliteit van het asfalt te zien is het een Alp. De Galibier, of zo. Ik beeld me een gedemarreerde fietser in op de Alp. Een profwielrenner tijdens de koers van het jaar. Een renner op weg naar eeuwige roem.  Met zijn mond open en van die lege ogen is hij op weg naar het heldendom. Als een martelaar. Hij lijdt en houdt vol.

Tijdens mijn dagdromen probeer ik mooie zinnen te verzinnen die het lijden van de uitgemergelde broodrenner zouden kunnen beschrijven. Helaas faal ik, want ik moet weer naar "B" van de spinningtrainer. Volgzaam ga ik op mijn pedalen staan en draai de weerstandsknop een kwartslag naar rechts. Binnen twintig seconden voel ik de verzuring opkomen. Held word je niet zomaar denk ik bij mezelf. Ik heb pijn, verlang naar een korte pauze, maar ben desondanks geïnspireerd geraakt door mijn eigen dagdromen. Volhouden!

Nog acht, ...nog zes...
Vier...drie...twee...één

"We saying ooh, wee, ooh, wee, ooh, wee ooh"

Net als ik Britney wil vervloeken verdwijnt de beat en mag ik van de trainer de weerstandsknop een kwartslag terug draaien. De pijl die is getekend op de knop doet me denken aan de lach van een smiley. Het plus- en minteken zijn de ogen. Sadistische k*knop denk ik bij mezelf. Wat valt er nou te lachen?

"Bring the action". Daar gaan we weer.

Soms haat ik mezelf. Of eigenlijk haat ik mezelf alleen als ik op een spinningfiets zit. Of, om helemaal precies te zijn, ik haat mezelf alleen als ik op een spinningfiets zit en mezelf helemaal binnenstebuiten trap. Vandaag haat ik mezelf.

"When you hear this in the club
You're gonna turn this shit up"

Ik draai de weerstandsknop weer naar rechts. En nog een keer. Lijdzaam volg ik de instructies van de trainer.  Ik stamp en ik trek. Links, rechts, links, rechts, tak, tak, tak.  De verzuring was even weg, maar met het terugkomen van de beat, is ze rap weer terug. Verzuring tijdens de spinning is als een kudde puberende meisjes op de dansvloer van een schoolfeest denk ik bij mezelf. Als de beat er is, zijn zij er ook. Britney Bitches.

De trainer maant de groep om het bovenlijf stil te houden en de schouders te ontspannen. Of mij dat lukt weet ik niet. Ik voel mijn bovenlijf niet meer. Mijn schouders kunnen mij al hemelaal niet meer boeien. Ik maak me liever druk om mijn benen. Eventjes voel ik dat mijn bovenlip wel totaal ontspannen is. Het voelt alsof ik door mijn enorme inspanning een hazenlip heb gekregen. Dan besef ik me weer dat ik helemaal niet in staat ben om überhaupt te weten hoe het zou voelen om een hazenlip te hebben en maak ik me weer druk om mijn benen. Auw. "I wanna scream and shout and let it all out." Maar bovenal wil ik dit tempo volhouden. Het is wachten op het aftellen.

Nog acht....

Ik loens naar de foto van de berg.

Nog zes....

Ik begin weer te dagdromen

Nog vier...

De fietser is bijna bij de top.

Nog drie..

Heldendom

Nog twee...

Helden op spinningfietsen bestaan niet.

Nog één...

Britney, Bitch!

En ontspan....

De weerstandsknop mag weer naar links. Ik kijk nog eenmaal naar de foto. God, wat verlang ik naar de bergen. En naar mijn racefiets.

zaterdag 2 februari 2013

Onderweg


Vanochtend toen de zon verscheen
en ik een duurloop deed

was echt niets meer onmogelijk.
Ik werd weer triatleet.

De wil kwam toen de tijd verdween
en ik behalve zweet,

naar zwembadwater rook
of chloor zoals dat heet.

dinsdag 22 januari 2013

De vlinder

"Maar ik heb niet langer hinder
van jaloers zijn op een vlinder."

Boudewijn de Groot


Uiteraard, water is water en een zwembad is een zwembad. Maar als ik via de Spiridon Louis Ring uitkom op de Coubertin Platz gaat er toch wel wat door me heen. Links van me het Olympisch Stadion. Recht voor me "Die Olympia Schwimhalle". Ik krijg Gänsehaut en niet alleen omdat het min acht buiten is.

Als ik de megalomane zwemtempel binnenloop denk ik aan Mark Spitz. Zeven keer goud. Hier in München in 1972. Vanaf de kassa bij de ingang kan ik het bad al zien. Daar in baan vier heeft een legende gezwommen. Het Kanon. De Vlinder. 

"Servus, einmal schwimmen bitte."
"Vier Euro zwanzig, bitte."
"Bitte schön."
"Danke schön."

Enkele ogenblikken later, nadat ik mij heb omgekleed en twee maal vijftig cent in de Mars-automaat heb gewisseld voor een euro voor een kluisje, stiefel ik met mijn zwembadpas naar baan vier. Echt wel! 

Daar begint mijn vaste ritueel. Ik spuug in mijn zwembril, wrijf het speeksel uit over de glazen, spoel de bril af met zwembadwater en zet hem op. Ik snoer het touwtje van mijn speedo aan. Ik zwaai een keer of drie met mijn armen bij wijze van stretching en ben klaar om te zwemmen. Voor ik het water induik denk ik nog even aan de Snor. Dit is het water van het Kanon en ik ga vandaag knallen.






Plons, daar ga ik, het zwembad in voor mijn eerste "olympische zwemtraining". Als ik mij afzet van de kant en voor de show een vlinderkick maak, gevolgd door twee vlinderslagen, gaat er een buitengewone sensatie door mijn lichaam. Alweer Gänsehaut, maar nu wel gewoon omdat het water stervenskoud is. 

Na een warming-up van vijfhonderd meter, spreek ik met mezelf af dat ik vandaag nog twee kilometer zal zwemmen. Dus ik zwem naar de overkant en weer terug. En naar de overkant en weer terug... 

Na ongeveer dertienhonderd meter is het spirituele er wel van af. Ik ben moe en zwem net zo als ik altijd zwem: niet al te best. Olympisch water is ook maar gewoon water zeg ik tegen mezelf. En een olympisch zwembad is ook maar een zwembad. Uiteraard.