Posts tonen met het label Olympische afstand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Olympische afstand. Alle posts tonen

zondag 8 juli 2012

Wedstrijdverslag Holten: willekeurige gedachten

Tijdens een wedstrijd denk ik aan veel verschillende dingen. Zo ook gisteren tijdens de triatlon van Holten. De mooiste olympische afstand triatlon van Nederland. Met een kop Latte Macchiato in mijn hand en een krentenbol met kaas achter de kiezen blik ik terug op de wedstrijd van gisteren (op een andere manier dan u tot dusver van mij gewend bent).

Ik blik terug op mijn gedachten:

  • "Waarom is de voorbereiding alleen bij mij een chaos?"
Ik was op tijd bij de aanmelding. Toch ben ik te laat als de eerste groep richting zwemonderdeel vertrekt.

  • "Het is warmer dan ik dacht"
De zon schijnt fel, er is weinig wind, we zijn op weg naar de start van het zwemonderdeel.

  • "Laatste rij, ter hoogte van het einde van de tent"
Ik probeer te onthouden waar mijn fiets staat in de wisselzone.

  • "Laat ze maar voor gaan"
Bij de zwemstart is het erg druk.

  • "Let op die benen"
Er zwemt iemand (volgens mij is het clubgenoot Janet) vlak voor me op hetzelfde tempo. Als ik aan kan haken bespaar ik energie.

  • "Onder water is het stil"
Geen idee, waarom ik dit dacht. Het gebeurt wel vaker dat ik even mijn aandacht kwijt ben.

  • "We gaan beginnen"
Ik kom het water uit. Mijn slechtste onderdeel zit erop. Op naar de fiets! Overigens heb ik deze gedachte altijd als het zwemonderdeel klaar is.

  • "Hoezo, mijn benen willen niet?"
Ik schrik als mijn benen niet heel fris voelen bij aanvang van het fietsen. Ik geef mezelf 3km de tijd om goed te eten en te drinken, daarna zien we wel verder.

  • "Ok, gas!"
Mijn plan heeft gewerkt. Langzaam aan loopt de kilometerteller op van 35 tot 40. 

  • "sh*t, verkeerde versnelling"
Ik schakel naar de verkeerde versnelling aan de voet van de Holterberg. Ik ga nog maar 12km per uur. Ik sta geparkeerd. Belangrijke les voor de tweede ronde!

  • "Clubgenoot op 500 meter"
Er zit een keerpunt in het fietsparkoers. Clubgenoot Edwin is al op de weg terug.

  • "Huh, wat doet hij achter mij?"
Clubgenoot Anton zit vlak achter mij. Dat had ik niet verwacht.

  • "Ah, daar zijn ze!"
Mijn supporters op de Holterberg!

  • "Tweede ronde, nu knallen"
Het tweede en laatste fietsrondje begint. Ik ken de klimmetjes, de afdalingen en de bochten nu. Ik heb goede benen en durf meer risico te nemen.

  • "Nu al?"
Ik haal Edwin in tijdens het fietsen. Dat had ik niet verwacht. Als ik hem al inhaal dan gebeurt dat altijd tijdens het lopen. 

  • "Keerpunt, balans opmaken"
Ok, Edwin op 20 meter. Anton nog steeds op 100 meter.

  • "Kom op, nog 1x"
Nog 1x de Holterberg op. Nog 1x volle bak omhoog. Voor de eerste keer uit het zadel!

  • "Ik moet hier toch ergens naar links?"
Ik ben in de war. In de eerste ronde zag ik duidelijk een afslag naar links voor de fietsers die moeten lopen. Even later is de afslag naar links daar.

  • "Nog 50 meter?"
tot aan de ingang van de wisselzone. Snel mijn schoenen uit. Richard, dit had je moeten verkennen!

  • "Ok, lopen, rustig aan"
De vorige twee wedstrijden begon ik als een dolle aan het looponderdeel. Vandaag trap ik niet weer in die val.

  • "Yes, de benen doen het"
Ik ben opgelucht als ik merk dat ik geen hinder ondervind van mijn twee aanrijdingen van afgelopen dinsdag.

  • "Gaatje, 60 meter"
Er zit een keerpunt in het loopparkoers. Anton zit op 60 meter. Hij is een goede loper. Ik vandaag ook?

  • "sh*t, steentje in mijn schoen"
Ah nee, dat meen je niet. Doorlopen? Stoppen en steentje verwijderen? Doorlopen!

  • "Water!"
Het is heet. Ik heb dorst.

  • "Spons"
Het is heet. Ik wil verkoeling.

  • "Nog meer sponzen!"
Het blijft heet en voor mijn gevoel wordt het steeds heter!

  • "Dat was ronde 1"
One down, three to go. Ik loop lekker. Het gaat niet superhard, maar lekker.

  • "Gaatje, waar is Anton?
Bij het keerpunt zie ik Anton niet meer. Yes, ik heb hem gelost.

  • "Water, spons, nog meer sponzen, dat was ronde 2"
Ronde twee is altijd een saaie ronde en is vergelijkbaar met ronde 1.

  • "Wat een idioot!"
Ik haal een jongen in, die op dat moment wil "high-fiven" met zijn vrienden. Hij wordt boos, omdat ik naar zijn mening in de weg loop. Daarna probeert hij mij onderuit te halen en dreigt hij mij in elkaar te slaan. Ik moet volgens hem "normaal" doen. Ik voel me niet aangesproken en loop door. In gedachten wens ik hem verder een gelukkig en normaal leven.

  • "Hij is kapotter dan ik"
Ronde 3 is traditioneel de zwaarste ronde. Ik haal her en der langzamere deelnemers een ronde in. Ondertussen doe ik aan taalvernieuwing.

  • "Nog 1 ronde"
Laatste rondje. Eens kijken of ik nog wat plaatsjes in de wedstrijd op kan schuiven.

  • "Zitten die lui in dezelfde ronde?"
Ik zie andere lopers die behoorlijk doorlopen. Toch haal ik ze in. Ik vraag me af of ik ze echt inhaal of dat ze een ronde achterlopen.

  • "Er is ook water bij de finish"
Ik zie nog één loper voor me die ik wil inhalen. Ik besluit om de laatste waterpost over te slaan. Even later ben ik er voorbij.

  • "Ah, eindelijk"
Eindelijk zie ik Elvira en Enora langs de kant staan. Opluchting.

  • "Dit is waar ik hoor, denk ik"
Ik zie geen "concurrenten" meer voor mij en ook niet meer achter mij. Dit is mijn plek. Een eindsprint is niet noodzakelijk.

  • "Wat wil je nog meer?"
Na de wedstrijd zijn we met zijn drieën gaan eten bij een restaurant op de Holterberg. Op het terras in de zon hebben we gekeken naar de recreatieve series van de triatlon. Biertje erbij...


  • Voor de statistieken
Op de terugweg in de auto zie ik dat ik 19e ben geworden van de 223 deelnemers. Ik had de 71e zwemtijd, de 32e fietstijd en de 11e looptijd. Hoewel, als je goed in de uitslag kijkt, zie je dat het de 9e looptijd is. Enfin... voor de statistieken dus.

dinsdag 3 juli 2012

Hamburgers in Holten


Als ik aanstaande zaterdag de laatste keer over de top van de Holterberg ga, dan weet ik dat absolute extase nabij is. Ik schakel op naar de 13, misschien wel naar de 11. Als een slechtvalk, die een onoplettende muis heeft gespot, stort ik mij de diepte in. Bijna beneden moet ik goed opletten in die flauwe bocht naar rechts. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik mijn snelheid hier onderschat. Wanneer ik beneden ben even terugschakelen en dan vol in de remmen. Linksaf het dorp in.

Als ik fris ben, schakel ik nog een keer een tandje bij. Nog één keer de veertig per uur aanraken. Tot aan de rotonde. Die neem ik driekwart de winkelstraat in. De laatste tweehonderd meter trek ik het klittenband van mijn fietsschoenen los en haal gedecideerd mijn voeten uit de schoenen. Op blote voeten fiets ik de laatste vijftig meter naar wisselzone twee.

Dan begint het. De houten balk die de grens van de wisselzone markeert is als de opening van de tunnel naar de hemelpoort. Even verbaas ik mij over de afwezigheid van wit licht. De wisselzone is blauw. Blauw van het tapijt dat neergelegd is om de internationale allure van deze triatlon kracht bij te zetten. Als ik van mijn fiets spring, voel ik dat de bal van mijn voet het alom aanwezige tapijt raakt. De eerste stappen voelen aan als het springen op een luchtkussen. Je denkt dat je meters opveert maar in werkelijkheid gebeurt er vrij weinig. Dan lopen de benen vol met melkzuur. Echter, door de wetenschap van datgene wat komen gaat, voel ik er niets van. Snel de fiets inwisselen voor loopschoenen. De laag talkpoeder op de inlegzool en de hak van mijn schoenen fungeert als glijmiddel, waardoor er geen tijd verloren gaat. Ik glij in mijn schoenen en in een vloeiende beweging doe ik mijn helm af. Terwijl ik het parc fermé doorkruis, draai ik mijn startnummerband om, zodat mijn startnummer zichtbaar wordt voor de aanwezige juryleden. Op naar het paradijs.

Het publiek dat zich aan weerszijden van het tapijt achter de dranghekken heeft geposteerd is de bewaker van de hemelpoort. Er zijn louter goedkeurende blikken. Er is applaus en hier een daar een aanmoediging. Sint Petrus laat een ieder door die het zwemmen en fietsen succesvol heeft afgerond. Terwijl ik mijn kruissnelheid bereik, komt het einde van de wisselzone in zicht. De hemelpoort gaat open. Ik ga het dorpscentrum in. Dan is er euforie en verrukking. Ik ruik bier, patat en hamburgers. Het is weer feest in Holten. Dit worden tien hele snelle kilometers. 

woensdag 27 juni 2012

Herinnering aan de Speedman

Elke keer als ik een reclame over smeerkaas op televisie zie, denk ik terug aan een lunch die ik ooit had met mijn klasgenoten van de middelbare school. Het was september 1997 en we waren een week in Parijs op schoolreis. Het was de week van het overlijden van Lady Di en, hoe ongepast of toepasselijk dan ook, zongen we de hele week: "Is er leven na de dood?" van Freek de Jonge, die op dat moment op nummer 1 in de top 40 stond. De lunch vond plaats langs de Seine en was niet bijzonder. Het was een een goedkoop stokbroodje met camembert. Het brood was van het soort dat je koopt in de supermarkt als je op zaterdagavond even voor sluitingstijd erachter komt dat je nog geen ontbijt in huis hebt voor de volgende ochtend. Droog dus. Zo droog, dat aan het einde van de week ik schaafwonden in mijn gehemelte had en ik geen camembert meer kon zeggen. Hoewel de lunch slechts een detail was van een enerverende week, is het de meest scherpe herinnering die ik heb aan onze schoolreis naar Parijs.

Als ik over vijf jaar terugdenk aan de Speedman triatlon van twee weken geleden, dan zal waarschijnlijk hetzelfde gebeuren. De zaken die belangwekkend zijn en die ik in een regulier wedstrijdverslag zou verslaan, zullen mij niet meer helder voor de geest staan. Ik zal dan waarschijnlijk vergeten zijn dat ik voor mijn doen zeer behoorlijk heb gezwommen. Zeker na de aaneenschakeling van teleurstellende open-water-trainingen in de weken ervoor. Ook zal ik hoogstwaarschijnlijk vergeten zijn dat ik nooit sneller was op de olympische afstand dan de twee-uur-zeven-en-nog-iets die ik op mijn stopwatch zag staan nadat ik de finish was gepasseerd. Nee, als ik nu een voorspelling moet doen over datgene wat mij bij zal blijven dan zal dat waarschijnlijk mijn drievoudige ontmoeting zijn met oud-GVAV-er en goede bekende: Jan Willem. 

Ruim een uur voor de start van de OD kwamen wij elkaar voor het eerst tegen. Na de gebruikelijke ditjes-en-datjes sloot Jan Willem af met de woorden: "Ik zie je wel op het loopparkoers", waarop ik antwoordde: "Dus je gaat er van uit dat ik weer slecht zwem en fiets". Mijn onverbeterlijke opmerking zette de toon. Zelfs al zou ik goed presteren, ik was nog nooit sneller van de fiets en eerder op het loopparkoers dan Jan Willem. Dat wist hij natuurlijk ook. Al lachend begonnen we daarom met onze wedstrijdvoorbereiding.

De tweede ontmoeting was tijdens de tweede fietsronde. Ik kreeg Jan Willem bij het verlaten van Enumatil in het vizier en kwam langzaam maar zeker dichterbij. Bij het ingaan van Oostwold zat ik vlak achter hem. Ik hield even in, nam een slok sportdrank, schakelde bij en zette een versnelling in: "Kom op Bossie" zei ik, terwijl ik hem passeerde. Zijn reactie was even onverwacht als motiverend. "Dit moet toch niet gekker worden, komt die Jong-A-Pin ineens voorbij , ..., ...". Ik zal het citaat hier eindigen, maar bij het verlaten van Oostwold, zeker een minuut later, hoorde ik hem nog steeds brullen.

Vanwege een keerpunt in het loopparkoers kwamen we elkaar een derde keer tegen. Ik was het looponderdeel te hard gestart en had na het keerpunt net mijn ritme gevonden. Jan Willem daarentegen moest zijn dieselmotor nog op gang krijgen. "Je hebt echt fantastisch gefietst, Richard! Echt geweldig!", coachte Jan Willem mij. Heel even maakte een onvergetelijke trots zich meester van mij. Tot ziens ritme, hallo adrenaline. Daarna heb ik nog ruim een half uur afgezien. Zo erg, dat ik bij de finish geen camembert meer kon zeggen.